Infarcering van het cerebrum t.g.v. veneuze thrombose
is een klinisch moeilijk te diagnostiseren ziektebeeld.
De klinische klassieke symptomen, te weten: hoofdpijn,
insulten, braken, stuwingspapillen en focale uitvalsverschijnselen
zijn vaak slechts deels aanwezig en laten mede een uitgebreide
differentiaal diagnose toe, evenals de prodromale verschijnselen
van hoofdpijn, misselijkheid en koorts. De symptomato-
logie hangt sterk samen met de betrokken vene(n) waardoor
een aantal typische klinische syndromen kunnen worden
onderscheiden, zoals:
| Thrombose
van |
Symptomen |
| Sinus
sagittalis superior |
Verhoogde intracraniële
druk, zonder focale laesies. |
| Sinus
cavernosum |
- Pijn achter het
oog |
| |
- Stuwing in orbita |
| |
- Zwelling oogleden |
| |
- Hersenzenuwuitval |
| Vv.
cerebri internae |
- Bilaterale extrapyramidale
symptomen |
| |
- Spastische parese
van de benen |
| |
- Trismus |
| |
- Hypersalivatie |
| |
- Hyperthermie |
| |
- Bewustzijnsstoornis |
| |
- epileptische
aanvallen (zelden) |
Bij neurologisch onderzoek werden ongeacht het klinisch
beeld bij 50% van de patiënten stuwingspapillen
en bij 80% een liquordruk van meer dan 22 cm H2O gevonden.
Met de CT kan afhankelijk van de lokalisatie het beeld
van een infarct al of niet met haemorrhagie worden gezien
en/of nauwe ventrikels die verdacht kunnen zijn voor
benigne intracraniële hypertensie wat frequent
voorkomt bij cerebraal veneuze thrombose. Een MRI of
MRA is het onderzoek van keuze om een CVT aan te tonen;
zelden is een angiografie geïndiceerd. Een lumbaalpunctie
waarbij afwisselend de linker en rechter vena jugularis
wordt dicht gedrukt en dienovereenkomstig de liquordruk
wel of niet toeneemt, kan de verdenking op CVT doen
toenemen.
Oorzaken CVT
Velerlei: de belangrijkste liggen op K.N.O.- en haematologisch
gebied. De meest voorkomende zijn aangegeven in Tabel
15.1
Tabel 15.1: Meest voorkomende oorzaken van cerebraal
veneuze thrombose.
| Infectieus:
|
|
| Locaal |
Gegeneraliseerd |
| Mastoiditis |
- TBC |
| Tonsillitis |
- Neurolues |
| Paratonsillair
abces |
- Sepsis |
| Sinusitis |
|
| Otitis
media |
|
| Non-infectieus:
|
|
| |
Haematologische aandoeningen |
| Idiopathisch
Dehydratie |
- Proteine-S,
Proteine-C deficientie |
| Cachexie |
- Antithrombine
III-deficientie |
| Decompensatio
cordis |
- Lupus
coagulans |
| Trauma
capitis |
- Cryofibrinogenaemie |
| Osteopetrosis |
- Thrombocytopenie |
| Zwangerschap |
- Idiopathische
thrombocytose |
| Puerperium |
- Myeloproliferatieve
aandoeningen |
| Orale
anticonceptiva |
- Polycythemia
vera |
| Tumoren |
- Sikkelcel
anaemie |
| Meningitis
carcinomatosa |
- Hemolytische
anaemie |
| Parasagittale
meningeomen |
- Paroxysmale
noct. hemoglubinurie |
| Metastasering
naar SSS |
- Leukaemie |
| Ziekte
van Behçet |
- Chronisch
diffuse intravasale stolling bij neoplasmata (S.
v. Toursseau) |
| Enteritis |
|
| Lupus
erythematodes |
|
| Colitis
ulcerosa |
|
| Cogans
syndroom |
|
| Nephrotisch
syndroom |
|