Home
  Behandeling
  Onderzoek
  Nieuw
Protocollen
  Staf
  Afspraken
  Links
HagaZiekenhuis
Protocollen >> Neuro-aids

Inleiding
AIDS werd voor het eerst herkend in 1981. Sindsdien heeft de incidentie epidemische proporties aangenomen, met name in de VS en Centraal West Afrika. Betreft infectie t.g.v. een specifiek RNA bevattend retrovirus. Twee typen, HIV-I en HIV-II (laatste m.n. in West Afrika). Door middel van reverse transcriptase maakt het virus DNA, dat in het chromosoom van de ontvanger wordt geïntegreerd. Het bezit een specifiek lymphotropisme dat selectief CD4 (helper) lymfocyten infecteert en vernietigt. De afname van de T4 lymfocyten vermindert de cellulaire immuniteit. Dit laatste interfereert indirekt met de B-lymfocyten activiteit, en veroorzaakt macrofaag dysfunctie. Patiënten vertonen lymfopenie, afname CD4 lymfocyten, toename in CD8 (suppressor) lymfocyten en hypergammaglobulinaemie. Ratio CD4/CD8 wordt o.a. gebruikt als maat voor immuunstatus.

 Terug naar boven


Liquoronderzoek bij HIV
Ook zonder onderliggende oorzaak is de liquor bij HIV positieve patiënten bij 40-60% afwijkend in de vorm van verhoging celaantal, eiwit verhoging en verhoogd IgG.

 Terug naar boven 


Niet-specifieke verschijnselen bij HIV
Hoofdpijn bij HIV

Aanvullend onderzoek verrichten naar toxoplasmose en cryptococcen meningitis. Ook wanneer er geen aanwijzingen voor focale afwijkingen zijn een CT cerebrum maken, daarna eventueel een LP. Indien meerdere focale laesies aanwezig zijn: behandelen als toxoplasmose (zie verderop). Bij één lesie: behandelen als toxoplasmose gedurende, òòk bij negatieve toxoplasmose-serologie. Indien na twee weken geen verbetering kliniek en/of beeldvorming: MRI cerebrum en eventueel biopsie.
Insulten bij HIV
Ook zonder onderliggende infectie of tumor hebben HIV patiënten een grotere recidief kans op insulten, dus starten met anti-epileptica na 1 insult. EEG derhalve in principe niet geïndiceerd.

 Terug naar boven

Neurologische complicaties bij een HIV-infectie
Een overzicht van de meest voorkomende CZS complicaties bij HIV is weergegeven in Tabel 1.1. De belangrijkste cq. meest voorkomende zullen in meer detail worden besproken in de komende secties.

Tabel 1.1: CZS complicaties bij een HIV infectie.

Haardvormige afwijking in cerebro sulfadiazine
Toxoplasmose
50-70%
Primair intracerebraal lymfoom 10-25%
PML 10-22%
(NB Niet diagnostisch biopt) 10%
Candida abces 3%
Cryptococcoom 2%
Kaposi sarcoom 1%
Tuberculoom 1%
Herpes simplex encefalitis 1%
Diffuse afwijkingen in cerebro
Encephalopathie
AIDS dementie complex
Metabole encefalopathie
acute HIV-1 encefalitis
CMV-encefalitis
Toxoplasmose (diffuse vorm)
Herpes simplex encefalitis
Meningitiden
Cryptococcenmeningitis  
HIV-1 meningitis (of aseptische meningitis, HIV1 p24 antigeen aantoonbaar)  
Meningitis lymfomatosa (mn B cel lymfoom)
Meningitis tuberculosa  
Luetische meningitis  
Listeria meningitis  

 Terug naar boven

Cerebrale toxoplasmose
Diagnostiek
CT-hersenen: meerdere haarden, aankleurend (vaak ringvormig), vaak oedeem.
LP is niet geïndiceerd;
wel: toxoplasmose-serologie.
Behandeling
Dit is weergegeven in Tabel 1.2.

Tabel 1.2: Behandeling cerebrale toxoplasmose.
levenslang sulfadiazine 6 weken 4dd 1gram, daarna 4dd 500mg (vaak allergische reacties na 7-10 dagen) pyrimethamine 1dd 50mg (eerste dag oplaaddosis 1 keer 100mg) folinezuur 1dd 15mg
alternatief

clindamycine 6 weken 4dd 600mg, daarna 3dd 450mg (vaak diarree bij hoge doseringen)
experimenteel claritromycine 6 weken 2dd 1gram, daarna 2dd 500mg met pyrimethamine of atovaquon 4dd 750mg monotherapie

NB. Dexamethason alleen bij gedaald bewustzijn of fors oedeem en dan kortdurend. 10% recidief.

 Terug naar boven

Cryptococcenmeningitis
Diagnostiek

LP: hoge druk, lichte toename polynucleaire cellen, eiwit licht verhoogd en glucose licht verlaagd, cryptococcen in direct preparaat, cryptococcen antigeen, kweek. NB 65% van de patiënten met een cryptococcen meningitis is niet nekstijf!
Therapie
- inductie therapie: Amfotericine B 0.5-0.7mg/kg/d/dag iv flucytosine 100-150mg/kg/dag po (max 4dd 2gram, bloedbeeld co, kan iv) Na 2 wk LP: als kweek negatief: na week 3 amfotericine stop. Als kweek positief: amfotericine continueren en na 1 week: opnieuw LP.
- Onderhoudstherapie: fluconazol 3-10wk 400 mg, daarna 200 mg levenslang. Tevens: 25 mg hydrocortison tegen flebitis aan iedere infuusfles toevoegen; bij koude rilingen: pethidine 25mg iv. Nierfunctie regelmatig controleren. - Alternatief: fluocanozol 400-800/dag en flucytosine 100-150mg/kg/d gedurende 6 weken. Snel toxiciteit in de vorm van ernstige huidreacties. Hierbij regelmatig liquordruk controleren.

 Terug naar boven


Progressieve multifocale leukoencephalopathie
Diagnostiek

MRI cerebrum: meerdere asymmetrische focale afwijkingen met verhoogde signaalintensiteit in de witte stof, zonder ruimte innemend effect
LP: aspecifiek, aantonen JC virus in de liquor.
Therapie
Geen. Experimenteel: cytarabine 5 daagse kuren 2mg/kg/dd iv met een interval van 9 dagen tussen de kuren; eerst 3 kuren en daarna evaluatie aan de hand van kliniek en MRI. Bijwerking: beenmergsuppressie.

 Terug naar boven


CMV-encephalitis
Diagnostiek

CT aspecifiek met soms periventriculaire aankleuring na contrast (ependymitis). LP.
Therapie
Geen, (1 pt tijdelijke verbetering na ganciclovir en foscarnet) Zie CMV polyradiculomyelopathie. Regelmatig controle retinitis.

 Terug naar boven

Primair intracerebraal lymfoom
Blijft in principe beperkt tot de hersenen.
Diagnostiek
CT/MRI en LP, in de toekomst mogelijk PCR op EBV
Therapie
Radiotherapie 4000 rad (OUDE UNIT??) gehele schedel en 1500 rad op de tumor, dexamethason.

 Terug naar boven


Aids dementie complex
Langzaam progressieve dementie van het subcorticale type Diagnostiek MRI (atrofie en hypodense afwijkingen in witte stof, met name periventriculair), LP en uitsluiten opportunistische infecties en tumoren.
Therapie
Zidovudine 3dd 200mg, eventueel ophogen naar 1000-1200 mg per dag. Heeft ook preventief effect. Bijwerkingen: beenmergsuppressie.
Myelopathie
Bij HIV kunnen verschillende soorten van myelopathie voorkomen. Een overzicht is weergegeven in Tabel 1.3.

Tabel 1.3: Overzicht vormen van myelo- en radiculopathie die bij HIV kunnen voorkomen.

HIV-1 vacuolaire myelopathie (mn achterstreng en pyramidebanen, MRI gb, therapie geen)
Primaire HIV-infectie
CMV-polyradiculomyelopathie
VZV-radiculopathie
HSV-myelitis
HTLV-1 myelopathie
Lymfoom (epiduraal of intraduraal)
Vitamine B12 deficiëntie

 Terug naar boven


CMV-polyradiculomyelopathie
Diagnostiek

LP: celreactie 50-200/3, met name granulocyten, CMV in situ hybridisatie of immunohistochemie en viruskweek (de laatste is positief bij de helft van de patiënten).
Therapie
Ganciclovir 10mg/kg/dd iv in 2 doses, gedurende 3 weken. Bij goede respons daarna 5mg/kg/dd iv via porth-a-cath systeem Bijwerking beenmergsuppressie. Daarnaast foscarnet 3dd 60-80mg/kg iv Alternatief: combinatie van ganciclovir en foscarnet (niet goed onderzocht). Probleem: vaak resistentie.

 Terug naar boven

Niet-CZS complicaties bij HIV
Neuropathie

  • Distale symmetrische polyneuropathie;
  • Inflammatoire demyeliniserende polyneuropathieën (acuut en chronisch);
  • Mononeuritis multiplex (soms CMV; corticosteroiden hebben geen effect)
  • Autonome neuropathie;
  • Toxische polyneuropathie (didanosine en zalitabine = reversibel en lage dosering soms geen probleem);
  • CMV-polyradiculomyelopathie.
  • HIV-1 geassocieerde polymyositis (therapie corticosteroiden);
  • Zidovudine-geassocieerde myopathie (soms zidovudine in lage dosering mogelijk); HIV-wasting syndrome (in laat stadium bij cachexie, algehele afbraak);

Distale symmetrische polyneuropathie
Therapie

Mogelijkheden zijn aangegeven in Tabel 1.4.

Tabel 1.4: Therapeutische mogelijkheden bij polyneuropathie bij HIV.

amitriptyline start 25mg a.n., na 1 week ophogen tot max 150 mg
carbamazepine 2dd 100mg, na 3 dagen ophogen naar 2dd 200 mg, daarna eventueel ophogen tot 3-4dd 200 mg
tramadol 3dd 50mg, eventueel ophogen naar 4dd 100 mg
lamotrigine en gabapentine effect nog niet aangetoond
nerve growth factor effect: pijnvermindering en toename pijn gevoeligheid, bijwerking: vaak pijn ter plaatse van injectieplaats, niet in Nederland verkrijgbaar

 Terug naar boven

Onderwerpen:

NeuroAIDS
Beroerte
Dementie
Overlijden, weefsel en orgaandonatie
Epilepsie
Guillain-Barré Syndroom
Hoofdpijn
Infecties van het centraal zenuwstelsel
Neuroborreliose
Multipele Sclerose
Myasthenia Gravis
Myasthenia Organigram
Radiculaire prikkeling en syndromen
Neuro-oncologie
Subarachnoïdale bloeding
Cerebraal veneuze trombose (CVT)
Neurotraumatologie
Parkinsonisme
Polyneuropathieën
Mononeuropathieën
Neurologie voor Internisten
Lumbosacraal radiculair syndroom

 Terug naar boven
Webmaster: DLJ Tavy, neuroloog, mail to DLJ Tavy. Aan de inhoud van deze site kunnen geen rechten worden ontleend. Copyright © 2004 Ziekenhuis Leyenburg. Den Haag.