Tumoren van het neurocranium
-
Metastasen: met name mamma, bronchus,
Grawitz, melanoom, haematologische maligniteiten, maag;
-
Meningitis carcinomatosa;
-
Primaire tumoren: gliomen, meningeomen,
overige.
Een maligniteit in het neurocranium manifesteert
zich in het algemeen door geleidelijk toenemende verschijnselen
van verhoogde intracraniele druk, eventueel gepaard met
bewustzijnsveranderingen, cognitieve functiestoornissen,
gedragsverandering en focaal neurologische afwijkingen c.q.
hersenzenuwuitval. De diagnose wordt gesteld m.b.v. CT-scan
c.q. M.R.I.-scan, eventueel aangevuld met lumbaal punctie
indien daar geen contra-indicaties voor bestaan. Het CT
c.q. M.R.I.-beeld maakt qua vorm, plaats oedeempatroon en
eventuele multifocaliteit de differentiatie metastasen versus
primaire tumor, versus andere focale afwijkingen meestal
mogelijk. Indien een patiënt bekend is met een primaire
maligniteit is elke nieuwe neurologische klacht (pijn!)
het gevolg van een metastase tot het tegendeel bewezen is!
Analyse
| A |
Metastasen van bekende
primaire tumoren: geen nadere analyse noodzakelijk. |
| B |
Metastasen van onbekende
primaire tumor: noodzakelijk is het verrichten van
primair tumoronderzoek, dat wil zeggen een grondig
algemeen lichamelijk onderzoek, X-thorax, laboratoriumscreening,
dat wil zeggen haematologisch en bloed-chemisch onderzoek
m.b.t. lever- en nierfuncties en electrolyten. Overig
onderzoek vindt plaats op indicatie. |
| C |
Meningitis carcinomatosa
als A of B. |
| D |
Primaire tumoren: als
bij B. |
Stellingen mbt diagnostiek hersenmetastasen
(HM)
-
Hersenmetastasen (HM) worden in 75%
van de gevallen veroorzaakt door een drietal tumoren:
longcarcinoom (vooral kleincellig en adenoca), mammaca
en melanoom.
-
De basis van de diagnostiek is de anamnese
en het neurologisch onderzoek;
-
MRI-scan is het onderzoek van keuze
voor het aantonen van HM;
-
Indien er geen primaire maligniteit
bekend is, wordt het onderzoek vooral bepaald door tractusspecifiekke
kalchten en het lichamelijk onderzoek, inclusief rectaal
toucher, onderzoek van de mammae en van de huid. Lab:
routine bloed en leverfx; bij verdenking op kiemceltumor
ook HCG en AFP. Ook X-thorax. Als deze normaal is: CT-Thorax,
inclusief bovenbuik, aangezien 70-90% van de HM uit
longen afkomstig is. Bij vrouwen met unknown primary
mammografie.
-
Onderzoek naar systemische progressie
van bekende tumor iom behandelend orgaanspecialist of
medisch oncoloog. De resultaten dienen multidisciplinair
besproken te worden alvorens over te gaan tot behandeling
van de metastase.
Behandeling tumoren neurocranium
Bij verschijnselen van verhoogde intracraniële druk
c.q. veel oedeem op de CT-scan, start Decadron 10 mg intraveneus
of intramusculair, daarna 4x dd 4 mg intraveneus of oraal.
Als pijnstilling wordt primair gekozen voor Paracetamol/Codeine
tot 4x dd 500/10 mg, zonodig wordt overgegaan tot Morfinomimetica.
Optioneel is het gebruik van anti-emetica, sedativa of
anti-psychotica.
Metastasen van bekende primaire tumoren
-
Solitair: extirpatie in toto zo mogelijk,
in overleg met supervisor en neurochirurg, gevolgd door
radiotherapie. Voorwaarden hiertoe: de ingreep moet
technisch mogelijk zijn zonder dat door de ingreep forse
laedering op- treedt. Er mogen geen tekenen zijn van
tumoractiviteit elders in het lichaam. De algemene en
neurologische toestand van patiënt moet redelijk
tot goed zijn. De primaire tumor mag geen kleincellig
longcarcinoom zijn of haematologische maligniteit. De
geschatte levensverwachting van de patiënt moet
6 maanden of langer zijn.
-
Multipel: radiotherapie, onder lage
dosis Dexamethason (4-8 mg per dag).
Meningitis carcinomatosa
Optioneel: radiotherapie van de gehele neuro-axis (vooral
indien tevens sprake is van een solide component) of Methotrexaatkuren
intrathecaal: initieel 5x toediening van Methotrexaat 10-15
mg afhankelijk van het lichaamsgewicht van patiënt,
intrathecaal via lumbaal punctie om de dag of 5 mg intrathecaal
via een Ommaya-reservoir. N.B. Na radiotherapie dient i.v.m.
de toegenomen kans op neurotoxiciteit tenminste 4-6 weken
gewacht te worden met Methotrexaat-toediening.
Primaire hersentumoren
-
Gliomen: ahankelijk van de leeftijd
en algemene toestand van de patiënt, alsmede lokalisatie
en uitbreiding, wordt gestreefd naar een zo ruim mogelijke
debulking gevolgd door radiotherapie. Indien debulking
niet mogelijk of wenselijk wordt geacht dient toch hersenbiopsie
(CT-geleid of stereotactisch) te geschieden voor het
verkrijgen van PA.;
-
Meningeomen: gestreefd wordt naar totale
verwijdering zo mogelijk. Afhanke- lijk van lokalisatie,
uitbreiding en /of maligniteitsgraad, wordt een enkele
maal na de operatie overgegaan tot radiotherapie.
-
Overige primaire tumoren: behandeling
in overleg met supervisor, neurochirug en/of consulent
neuro-oncologie (oncologiebespreking).
Stelllingen m.b.t. behandeling HM
-
Beslissing tot behandeling dient multidisciplinair
genomen te worden, in overleg met de patiënt bij
voorkeur bijgestaan door een familielid en/of huisarts;
-
Insulten couperen met een benziodiazepine
en behandelen met fenytoine of Depakine. Profylactische
behandeling met AED is niet geïndicieerd. Oedeem
behandelen met 2 dd 2 mg of 4 dd 4 mg per os, eenmalig
10 mg bij ernstig oedeem. Als korter dan twee weken,
hoeft dexamethason kan het direct worden gestaakt, indien
langer afbouwen. Ulcusprofylaxe wordt geadviseerd, niet
bewezen;
-
Radiotherapie is therapie van keuze
bij multipele HM. Dit verlengt de mediane overleving
met 3-5 maanden versus 2 maanden zonder behandeling
of alleen dexamethason;
-
Biopsie of resectie van HM is er geen
histologische diagnose is EN de toestand van de patiënt
dit zinvol maakt. Een solitaire HM van bekende primaire
tumor, met geschatte prognose > 43 maanden en Karnofsky
> 70, wordt bij voorkeur behandeld met resectie een
aanvullende radiotherapie. Over chirurgie van multipele
HM bestaat nog geen overeenstemming;
-
Kiemceltumoren, kleincellig longca en
mammaca worden beschouwd als chemosensitieve tumoren.
Primair chemotherapie van HM bij kleincellig longca
en progressieve ziekte buiten het CZS;
-
Stereotactische radiochirurgie can wel
radiotherapie (SRC/SRT) is effectief bij behandeling
van recidief HM na radiotherapie en primaire behandeling
van HM. Wordt uitgevoerd in enkele centra van NL. Overleg
met neuro-oncoloog.
Spinale epidurale metastasen
Epidurale metastasering treedt op bij 5-10% van de patiënten
met een maligniteit. De primaire tumoren zijn vooral mamma-,
long-, prostaat-, en niercarcinoom, alsmede haematologische
maligniteiten. Ze komen meestal voor in het thoracale
en lumbale deel van de wervelkolom. Onderscheiden moet
worden aantasting van het wervellichaam met uitbreiding
epiduraal of metastasering naar de epidurale ruimte zonder
wervelaantasting. Beide kunnen aanleiding geven tot compressie
van zowel zenuwwortels als ruggemerg, eventueel gepaard
met vascularisatiestoornissen. Belangrijke prognostische
factoren zijn het biologisch gedrag van de tumor, met
name de stralengevoeligheid, een eventuele posterieure
lokalisatie van de metastasen, aanvang van de behandeling
voordat een volledige contraststop op de myelografie aanwezig
is en langzame progressie van de neurologische verschijnselen.
Als meest belangrijke prognostische factor wordt beschouwd,
de mate van neurologische uitval op het moment dat de
therapie wordt ingesteld. Ongeveer 75% van de patiënten,
die nog ambulant is bij het starten van de behandeling,
blijft ambulant. Echter minder dan 10% van diegenen die
zich presenteert met paraplegie kunnen na behandeling
weer lopen. Vroege diagnostiek en therapie zijn derhalve
van essentieel belang. Hoewel de behandeling in het algemeen
palliatief is, wordt de kwaliteit van het resterende leven
door uitstel zeer nadelig beinvloed. Rugpijn is het eerste
symptoom bij 95% van de patiënten. Suggestief voor
rugpijn t.g.v. een epidurale metastase, is het de novo
optreden ervan, de heftigheid, (snelle) progressie en
een radiculair karakter. Naast pijn kan epidurale metastasering
gepaard gaan met krachtsverlies (76%), mictie/defaecatiestoornissen
(57%), sensibiliteitsstoornissen (51%) en ataxie (3%).
M.b.t. de progressie kan gesteld worden dat bij 75% van
de patiënten de progressie van de klachten c.q. symptomen
acuut of subacuut verloopt. Bij patiënten die bekend
zijn met een maligniteit, is pijn in de wervelkolom, eventueel
gepaard met uitstraling en/of neurologische uitvalsverschijnselen
een reden voor nauwgezet radiodiagnostisch onderzoek.
Slechts een slecht klinisch neurologisch toestands-beeld
danwel een infauste prognose op korte termijn dienen als
remmende factoren in de diagnosevorming mee te spelen.
Overzichtsfoto's wervelkolom
Bij patiënten die mogelijk een epidurale metastase
hebben, dienen overzichtsfoto's van de gehele wervelkolom
vervaardigd te worden. Bij een pathologisch ingezakte
wervel is de kans op epidurale uitbreiding 87%, indien
de boogvoetjes zijn aangetast 31%. Overigens zijn de overzichtsopnames
van de wervelkolom bij 9-25% van de patiënten met
epidurale metastasen normaal. Indien de primaire tumor
een lymfoom betreft is dit zelfs in 60% het geval. Een
botscan kan als aanvullend onderzoek worden verricht en
is in het algemeen sensitiever, maar wel minder specifiek
dan normale röntgenopname. Bij een positieve botscan
en een negatieve röntgenopname is de kans op een
epidurale aandoening ongeveer 12%.
MRI-wervelkolom
MRI onderzoek van de wervelkolom is het onderzoek van
keuze om eventuele myelumcompressie aan te tonen dan wel
uit te sluiten. Het is van belang een groot deel van de
wervelkolom af te beelden, daar bij ongeveer 30% van de
patiënten een tweede epidurale lokalisatie wordt
aangetoond (die dan mogelijk nog subklinisch is, dan wel
onder het niveau van de andere lokalisatie).
Behandeling
Gezien het vaak subacuut tot acuut verlopen van de neurologische
uitvalsverschijnselen ben je gerechtigd bij reeële
verdenking op een epidurale metastase (pijn + paresen
of sensibele lange baansverschijnselen, zeker in combinatie
met maligne afwijkingen op de overzichtsfoto's), om te
starten met Dexamethason 10 mg intraveneus als bolus gevolgd
door 4x dd 4 mg oraal of intraveneus. Dit laatste schema
wordt afgebouwd in overleg met de supervisor, in het algemeen
per 2 dagen met 4 mg per stap tot 2x dd 2 mg durante de
bestraling. Uit vergelijkende studies is gebleken dat
de resultaten van laminectomie in combinatie met radiotherapie
niet verschillen van radiotherapie alleen. Hierdoor is
radiotherapie een behandeling van eerste keuze. Overigens
is aangetoond dat resectie van een aangetast wervellichaam
in combinatie met een stabilisatieprocedure bij hooggradige
niet-stralengevoelige tumoren tot een significant beter
behandelingsresultaat leidt. Over het algemeen wordt gekozen
voor chirurgie indien onzekerheid bestaat over de aard
van de peridurale laesie, danwel de primaire tumor onbekend
is. Andere indicaties zijn progressie van de neurologische
verschijnselen tijdens of na radiotherapie, recidief tumorgroei
na radiotherapie, ernstige instabiliteit van de wervelkolom,
eerdere radiotherapie elders in het lichaam zonder tumorrespons,
de aanwezigheid van één wervelmetastase
met weinig of geen tumoractiviteit elders, waarbij een
anterieure benadering met Graft mogelijk is. Radiotherapie
wordt in principe zo snel mogelijk na de diagnosestelling
gestart, een nachtelijke spoedbestraling ïs echter
zelden nodig of wenselijk. Indien bij presentatie een
paraplegie bestaat, dient, indien deze minder dan 24 uur
bestaat, spoed M.R.I. plaats te vinden, alsmede spoedbehandeling
in overleg met achterwacht, neurochirurg en radiotherapeut.
Indien de paraplegie langer bestaat dan 24 uur, lijkt
behandeling van metastatische myelumcompressie voor het
neurologisch beeld over het algemeen niet zinvol. Een
proefdosis Dexamethason 10 mg intraveneus, die alsnog
tot verbetering van de neurologische uitval leidt kan
reden tot aanpassing van dit beleid bij een individuele
patiënt zijn. Het is anders indien er geen primaire
tumor bekend is. De prognose van bijvoorbeeld compressie
t.g.v. een meningeoom, kan nog heel goed zijn!
|