Home
  Behandeling
  Onderzoek
  Nieuw
Protocollen
  Staf
  Afspraken
  Links
HagaZiekenhuis
Protocollen >> Neuroborreliose

Inleiding
Lyme borreliose is een infectieziekte veroorzaakt door de spirocheet Borrelia die wordt overgedragen door een beet van een besmette teek. Een onbehandelde infectie met Borrelia kan tot gevolg hebben: neurologische manifestaties, cardiale aandoeningen, huidafwijkingen en artritis. De neurologische manifestaties noemen we neuroborreliose en hebben een vroege en late vorm, welke alleen klinisch onderscheiden worden.
Er zijn 4 species van de Borrelia die borreliose kunnen geven te weten:

  • B. Burgdorferi
  • B. Afzelii
  • B. Garinii
  • B. Burgdorferi sensu stricto

Indeling

Er zijn verschillende stadia van Borreliose te onderscheiden:

I. Vroege Lyme-borreliose

  • Erythema migrans
  • Borrelia lymfocytoom
 Terug naar boven

II. Vroege gedissemineerde Lyme-borreliose, <1 jaar na EM of na ontstaan infectie

  • Vroege neuroborreliose
    • (meningo)radiculitis
    • meningitis
    • perifere facialis parese
    • uitval hersenzenuwen
  • Multiple Erythema migrans
  • Lyme-carditis
  • Lyme arthritis
  • Andere manifestaties zoals uveitis, panophtalmitis, hepatitis, myositis, orchitis

III. Late Lyme-borreliose, > 1 jaar na EM of ontstaan infectie als uiting van persisterende infectie

  • Acrodermatitis chronica atrophicans
  • Chronische neuroborreliose
    • encephalitis
    • encephalomyelitis
    • meningo-encefalitis
    • radiculomyelitis
  • Chronische artritis
 Terug naar boven

IV. Postinfectieuze klachten en symptomen, klachten en symptomen die blijven bestaan na adequate irradicatie van een aangetoonde Borreliose

  • neurologische restverschijnselen
  • persisterende artritis
  • verspreide spier en botpijn, cognitieve stoornissen, radiculaire pijn, parestesiën of dysestesiën al dan niet met ernstige moeheid
Diagnostiek

Een probleem bij de diagnostiek is dat laboratorium onderzoek in de vroege fase vaak negatief is. De diagnose moet dan op de kliniek gesteld worden. Een positief laboratoriumonderzoek kan duiden op een actieve ziekte of een doorgemaakte infectie (serologisch litteken). Om deze reden moet er dus alleen bij klinische verdenking diagnostiek worden gedaan naar borrelia.

Soorten diagnostiek:

  1. Kweken van Borrelia
  2. PCR
  3. Serologie op antistoffen (IgM en IgG) tegen C6 eiwit van de Borrelia
  4. Liquor op IgM en IgG tegen Borrelia en celbepaling

Ad 1.  Kweken kunnen alleen gedaan worden van huidbiopten bij EM. Dit onderzoek wordt in het Haga ZH niet verricht

Ad 2. PCR technieken kunnen evt. voor huidafwijkingen en artritis gebruikt worden. Dit onderzoek wordt in het Haga ZH niet verricht.

Ad 3. Voorheen stond er in de uitslag aparte IgM en IgG waardes in het serum. Deze bepaling is vervangen door een sensitievere bepaling namelijk antilichamen (IgM en IgG) tegen het C6 eiwit. C6 eiwit komt voor op de buiten membraam van Borrelia. Vanaf het moment dat er neurologische verschijnselen zijn kan deze bepaling ingezet worden.

Ad 4. Antilichamen klasse IgM en IgG tegen Borrelia worden bepaald.
IgM kan positief worden 3-6 weken na verschijnen van EM, IgG kan positief worden  5-8 weken na verschijnen van EM
Een tweede serum kan zinvol zijn wanneer de EM < 1 maand geleden is of wanneer de tekenbeet < 2 maanden geleden is.
Indien de antilichamen positief zijn wordt dit geconfirmeerd middels een Western blot, waarbij er gekeken wordt naar IgG antilichamen tegen Borrelia. Is de western blot negatief dan is er sprake van een onduidelijke uitslag en zal het lab vragen om nieuw materiaal.
Bij beide testen kan er een kruisreactie plaats vinden met Lues, van daar is het aan te raden deze altijd mee te bepalen.

Bij het bepalen van cellen in de liquor verwacht je bij een Borrelia infectie een pleiocytose (>15/3) van met name mononucleaire cellen.

Is in de liquor slechts 1 van beide positief ( of antilichamen of pleiocytose), dan is er sprake van een mogelijke neuroborreliose en hangt behandeling af van de kliniek en herhaling van het liquor onderzoek valt te overwegen.

 Terug naar boven

Therapie

Bij vroege neuroborreliose:

  1. Ceftriaxon 1 dd 2 gram iv voor 14 dagen
  2. Penicilline G 6 dd 2-3 miljoen E voor 14 dagen, bij contra indicatie ceftriaxon
  3. Doxycycline 2 dd 200 mg voor 21 dagen, bij overgevoeligheid bovenstaande

voor kinderen geldt een aangepaste dosering:

  1. Ceftriaxon 100 mg/kg/dg voor 14 dagen ( max 1 dd 2 gr)
  2. Penicilline 200.000 tot 400.000 E/kg/dg voor 14 dagen (max 6 dd 2-3 milj E)

Bij chronische neuroborreliose:
Ceftriaxon 1 dd 2 gr iv voor 30 dagen

Voor kinderen geldt een aangepaste dosering:
Ceftriaxon 100 mg/kg/dg iv voor 30 dagen ( max 1 dd 2 gr)

Maart 2007, J.M.W. Segers- van Rijn en R.W.M. Keunen

 Terug naar boven

Literatuur:

CBO richtlijn Lyme-Borreliose
Curr Treat Options Neurol. 2007 Mar;9(2):93-100.
Richtlijn neuroborreliose AMC dr J. de Gans april 2000
Richtlijn overige neurologische infecties AZG
Richtlijn neuroborreliose Erasmus Medisch Centrum 2001

Laboratorium Haga Ziekenhuis

Onderwerpen:

NeuroAIDS
Beroerte
Dementie
Overlijden, weefsel en orgaandonatie
Epilepsie
Guillain-Barré Syndroom
Hoofdpijn
Infecties van het centraal zenuwstelsel
Neuroborreliose
Multipele Sclerose
Myasthenia Gravis
Myasthenia Organigram
Radiculaire prikkeling en syndromen
Neuro-oncologie
Subarachnoïdale bloeding
Cerebraal veneuze trombose (CVT)
Neurotraumatologie
Parkinsonisme
Polyneuropathieën
Mononeuropathieën
Neurologie voor Internisten
Lumbosacraal radiculair syndroom

 Terug naar boven
Webmaster: DLJ Tavy, neuroloog, mail to DLJ Tavy. Aan de inhoud van deze site kunnen geen rechten worden ontleend. Copyright © 2004 Ziekenhuis Leyenburg. Den Haag.