Schedel-hersenletsel
Primaire actiepunten bij schedel-hersenletsel
Deze zijn weergegeven in Tabel 16.1.
Tabel 16.1: Primaire actiepunten bij schedel-hersenletsel.
| 1.
ABC stabiel |
Met name hypoxie en hypotensie
zijn slecht voor de hersenen. NB hypotensie is vrijwel
nooit een uiting van een cerebraal hematoom, dus moet
altijd eerst een chirurgische oorzaak gevonden dan wel
uitgesloten worden. Een scalperende laceratie kan hypotensie
geven. |
| 2.
Bewustzijn |
met behulp van de Glasgow
coma scale en pupilcontrole (iedere 10 minuten bij sterk
verlaagd bewustzijn) |
| 3.
(hetero)anamnese |
aard trauma, EMV ter plaatse
van ongeval, voorgeschiedenis en medicatie |
| 4.
neurologisch onderzoek |
let op uitwendig letsel,
liquorrhoe |
| 5.
bij (sub)comateuze patiënten of indien verdenking
fracturen |
X-thorax, X-wk, eventueel
X-bekken en echo abdomen, lab (PTT, APTT, INR, evt intoxicaties).
NB effect van orale anticoagulatie couperen in overleg
met stollingsarts tenzij vitale indicatie voor antistolling
(mechanische kunstklep) en relatief kleine kans op een
intracerebraal hematoom. |
| 6.
CTcerebrum |
spoed wanneer dalend cq
persisterend gedaald bewustzijn en/of lateralisatie
verschijnselen en overleg neuroloog en neurochirurg.
Indicaties voor een CTcerebrum bij een licht schedel
hersenletsel zie onder `definities' |
| 7.
andere letsels |
operatieve ingrepen onder
narcose liefst 24 uur uitstellen. Wanneer chirurgische
spoedoperatie, pre-operatief een CT-cerebrum |
Definities
-
Commotio cerebri: bewusteloos 15 minuten
of amnesie met hoofdpijn, misselijkheid, braken en/of
andere vegetatieve verschijnselen;
-
Contusio cerebri: bewusteloos 15 minuten,
vaak focale neurologische verschijnselen;
-
Licht schedel hersenletsel (LSH): GCS
13-15, bewustzijnsverlies en PTA 60 minuten. Kans op intracraniële
complicaties 1-3%.
Tabel 16.2: Indeling Licht schedel hersenletsel en Actiepunten
| LSH
categorie 1 |
GCS 15, niet bewusteloos
geweest, geen risicofactoren Geen neurologisch consult,
geen CT |
| LSH
categorie 2 |
GCS 15, bewusteloos 15
minuten, geen risicofactoren (1). CT-cerebrum vaak onnodig,
maar wel veilig; als CT-cerebrum niet afwijkend naar
huis met wekadvies |
| LSH
categorie 3 |
GCS 13-14 en risicofactoren
(1) CT-cerebrum en opname ter observatie (ook wanneer
(passagere) ruggemergverschijnselen. Controle EMV a
1 uur, zn paracetamol, primperan (3dd 10mg supp) of
litican (3dd 50mg intraveneus) |
Onder de in de tabel genoemde risikofactoren wordt verstaan:
leeftijd 2 jaar en 60 jaar; Onduidelijke toedracht; hoog
energetisch trauma; uitwendig letsel boven schouderniveau;
persisterende anterograde amnesie; focale uitvalsverschijnselen;
insult; braken; persisterende hoofdpijn; stollingsstoornissen;
intoxicaties; status na neurochirurgische ingreep (shunt).
Behandeling ernstig schedel-hersenletsel
-
opname ICU;
-
prikkelarm verplegen;
-
hoofd tov romp geheven 30 graden;
-
arterieel en veneuze lijnen;
-
patiënt koelen bij koorts (paracetamol,
koelmatras);
-
fysiotherapie;
-
maagsonde, hevelen eerste 6 uur;
-
CAD;
-
Monitoren: pols, tensie (diastolisch meer
dan 75 mmHg bij jonge patiënten en meer dan 95 mmHg
bij ouderen en/of mean arterial pressure groter 90 mmHg),
O2 saturatie (groter dan 96%), pO2 100mmHg en pCO2 40-45mmHg),
temperatuur ( 38.5 C), evt ICP (lager dan 20-25 mmHg en
cerebrale perfusie druk (groter dan 70 mmHg), vochtbalans
(normovolaemie), laboratoriumonderzoek, inclusief stollingsfactoren!;
-
EMV iedere 30-60 minuten, neurologisch
onderzoek;
-
Infectieuze complicaties drastisch behandelen;
-
Liquorrhoe alleen antibiotisch behandelen
wanneer tekenen van meningitis;
-
Voeding starten per os als geen retentie,
anders parenteraal starten op dag 2;
-
Pijnstilling paracetamol en evt dipidolor
5-10 mg 4dd;
-
Sedatie start dormicum 1 mg per uur, evt.
propofol (1-4 mg/kg/uur iv)
-
Nimotop 1 mg per uur de eerste 2 uur per
perfusor iv, daarna 2 mg per uur iv. Cave hypotensie,
behandelen tot 3 weken na trauma (oraal 60 mg, 6dd1);
-
Antipyretica: paracetamol;
-
Couperen insult: rivotril 1-2mg iv. Onderhoudsdosering
depakine dan wel difantoine (3dd 100 mg, oplaaddosis 15
mg per kg, spiegel na 3 dagen);
-
Thromboseprofylaxe 1dd 7500 EH fraxiparine
subcutaan;
-
Keratitisprofylaxe methylcellulose 0.5%
oogdruppels 4dd;
-
Stressulcus profylaxe 50 mg zantac iv;
-
Hoestreflex onderdrukken.
Indicaties operatie subduraal/epiduraal
- hematoom meer dan 1 cm dik;
- midline shift meer dan 5 mm;
- controlateraal een verwijde ventrikel (Monroblokkade);
- hematoom en compressie basale cisternen;
- hematoom en neurologische achteruitgang;
- lucent area in epiduraal hematoom.
Intracraniële drukmeter
Microdruksensor in parenchym hersenen of externe ventrikeldrain.
Indicaties intracraniëledrukmeter
Trauma met hersenletsel op CT-cerebrum en EMV 8. Hersenletsel+sedatie
en/of verslapping noodzakelijk Hersenletsel en EMV 8 en leeftijd
40 jaar dan wel hypotensie en/of hypoxie. Normale druk 0-10
mmHg; ICP acceptabel tot 20-25 mmHg Complicaties: ICP bacteriële
infectie 6% en bloeding 1%.
Behandeling ICP stijging
Tabel 16.3: Behandeling ICP stijging
| 1. |
oorzaak zoeken, eventueel
CTcerebrum herhalen |
| 2. |
sedatie controleren en
evt optimaliseren |
| 3. |
hyperventilatie (pa CO2
25-35mmHg, kortdurend) |
| 4. |
mannitol 20% 100ml, of
bolus 50ml 20%, controle nierfunctie en osmolaliteit |
| 5. |
arteriële tensie
ophogen |
| 6. |
indien mogelijk liquordrainage |
NB. hypothermie, corticosteroiden en barbituraat coma niet
zinvol.
X-schedel
Discussie: wordt vaak niet goed beoordeeld. Wanneer bij
een X-schedel een fractuur wordt gevonden is de kans op
een posttraumatische intracraniële complicatie groot;
wanneer de X-schedel geen afwijkingen laat zien, is een
intracraniële complicatie zeker niet uitgesloten. Bij
EMV van 15: eerst X-schedel en daarna eventueel CT-cerebrum;
in andere gevallen meteen CT-cerebrum maken.
Prognose
Geen goede prognostische parameters in beginstadium Prognostisch
ongunstig: shock, subduraal hematoom, coma bij hogere leeftijd,
vroeg diffuus oedeem, verhoogde intracraniële druk.
Verder: MRI-cerebrum met laesie corpus callosum of dorsolaterale
deel hersenstam (bij diffuse axonal injury).
traumata wervelkolom
Met name C4-Th1 en Th11-L1 meest gevoelig.
Behandeling
Tabel 16.4: Behandeling trauma wervelkolom
| 1. |
Bij verdenking op traumatische
myelopathie met motorische uitval, ongeacht het niveau
en binnen 8 uur: bolus solumedrol 30 mg/kg iv gevolgd
door 5.4 mg/kg/uur via perfusor gedurende 24 uur onder
protectie van Zantac 3dd 50mg iv |
| 2. |
Immobilisatie; bij instabiele
fracturen of fracturen met neurologische uitval, in
principe bedrust, bij cervicale fracturen eventueel
halotractie of jacket. Bij thoracale en lumbale instabiele
fracturen gipscorset overwegen. Bij cervicale radiculopathie
harde halskraag |
| 3. |
Thromboseprofylaxe 1dd
7500 EH fraxiparine |
| 4. |
Fysiotherapie |
| 5. |
Intermitterend catheteriseren
indien nodig, evt overleg uroloog |
| 6. |
Decubitusprofylaxe door
wisselligging |
| 7. |
Cave infecties |
| 8. |
Pijnstilling bv dipidolor
5-10 mg 4dd |
| 9. |
Bij onrust/delier of psychose:
haldol of tranxene |
| 10. |
Maagulcus preventie zantac
2dd 150mg po of 3dd 50mg iv |
Spinal shock
Th6 of hoger, hierbij: autonome dysregulatie met bradycardie,
hypotensie, areflexie, paralyse, blaasretentie, anale sfincterfunctie
stoornis.
Doel neurochirurgische operatie:
Voorkomen verdere neurologische achteruitgang;
Bevorderen stabiliteit;
Voorkomen deformiteiten;
Bij totale dwarslaesie is operatie niet zinvol aangezien
nauwelijks herstel te verwachten is.
Referenties
[1] Lijnders E, Wijdicks FM: Neurologic catastrophes in
the emergency department, Traumatic brain and spine injury,
2000.
[2] Chiles BW, Cooper PR: Acute spinal injury. Review article.
The New England Journal of Medicine 1996;22:514-520.
[3] Ghajar J: Traumatic brain injury. Lancet 2000;356:923-929.
[4] Hofman PAM, Nelemans P, Kemerink GJ, Wilmink JT: Value
of radiological diagnosis of skull fracture in management
of mild head injury: meta-analysis. J Neurol Neurosurg Psychiatry.
2000;68:416-422.
[5] Protocol AMC opvang en acute behandeling van patiënten
met ernstig schedel-hersenletsel, 1998.
[6] Traumatologie, Nederlandse Vereniging voor Neurologie.
|