|
|
Tourette syndroom
door Dr TCAM van Woerkom
In het navolgende beschrijf ik in grote lijnen mijn
visie op het syndroom van Gilles de la Tourette.
Als patiënten mij vragen uit te leggen wat dit syndroom
inhoudt, is dat ook wat ik hun vertel. Het syndroom van Gilles de la
Tourette (GTS) is een stoornis in alle facetten van de motoriek, een
stoornis die zich dus niet alleen beperkt tot de elementaire aspecten
houding en beweging. Integendeel! De motore stoornis die aan GTS ten
grondslag ligt gaat veelal aan houding en beweging vooraf. Beweging
heeft te maken met beweegrede (motivatie). Motivatie heeft op zijn beurt,
al dan niet bewust, weer met zoiets als beloning (uitnodiging) te maken*.
Ook houding staat niet op zich zelf. Houding drukt eveneens onze betrekking
naar de ander of het andere uit. Zo is onze houding anders als we voor
het eerst met iemand kennis maken (voordat het ijs gebroken is), als
we op het werk zijn, de dansvloer, een receptie of het sportveld. Houding
en beweging hebben beide een expressief karakter. Houding is ver-houding
en beweging (motion) is beweging naar buiten (emotion)(Het is daarom
misschien ook niet zo verwonderlijk dat de hersenstructuren die bij
beloning en motoriek betrokken zijn deels samenvallen.)
Al deze 4 elementen van de motoriek: houding, beweging, expressie en
motivatie zijn in de tic terug te vinden. Dat maakt de tic tot een complex
verschijnsel. Een verschijnsel dat men soms ervaart als iets van je
zelf, iets dat de uitdrukking is van een situatie waar men zelf deel
van uit maakt, iets dat men is. Andere keren echter is de tic iets dat
een eigen leven leidt, de bewegingen overkomen je zonder dat je er deel
aan hebt. De tic is dan veel meer iets dat men heeft.
Er loopt een vloeiende lijn van de meer eenvoudige tics als bijvoorbeeld
knipperen met de ogen, schudden met het hoofd of schokken met de schouders
naar de meer complexe tics als aanraken van voorwerpen en personen of
iemand nadoen naar rituelen/dwangverschijnselen als likken van hondenpoep,
5x het linker been en vervolgens 5x het rechter been door de deuropening
steken alvorens naar binnen te gaan of alleen op oneven traptreden lopen.
Meer dan de eenvoudige tics zijn het de complexe tics en dwangverschijnselen
die vaak in een bepaalde situatie beginnen. Daarbij gaat het om situaties
die voor de patiënt op dat moment iets betekenen en waarbij de tic of
het ritueel een antwoord op is. De tic heeft dan onmiskenbaar een expressieve
kant. Ook al beseft de patiënt wel dat hij er niet aan ontkomt om die
complexe tic uit te voeren, aan de tic zit toch een element van persoonlijke
deelname. Zo'n tic komt qua uitdrukking niet overeen met de trekkingen
of schudbewegingen van een epileptisch insult. De laatste zijn bewegingen
die typisch iemand overkomen en waar hij zelf part noch deel aan heeft.
Een en ander neemt niet weg dat later in het beloop tics een eigen leven
kunnen gaan leiden en als het ware een gewoonte worden. Het expressief
gevoelde element is dan volledig verdwenen en de tic is alleen nog maar
een neutrale verandering van houding en beweging.
Het GTS kan ook op een andere bekeken worden, een kijk die op zich ook
in het voorafgaande past. Wat opvalt is dat Tourette patiënten buitengewoon
ontvankelijk zijn voor wat zich in hun omgeving, lichaam en innerlijk
afspeelt. Veel sterker dan mensen zonder GTS ervaren zij alles wat zich
daar aan lichamelijke gevoelens of fantasievolle gedachten aan hun presenteert
en/of opdringt. Wanneer die fantasieën zich voortdurende herhalen en
derhalve leidt tot een reeks van zichzelf herhalende impulsen leidt
dat tot dwangverschijnselen. De radar in hun hoofd draait zodoende permanent
en spoort alles op wat er uitwendig en innerlijk plaatsvindt. Belangrijk
is ook dat op alles wat de radar opspoort tevens gereageerd wordt.
Ter verduidelijking: de situatie op een receptie. Wanneer men daar iemand
spreekt richt men zijn aandacht op die persoon (selecteren van aandacht).
Het geroezemoes op de achtergrond wordt weggedrukt. Dat laatste wil
niet zeggen dat men onbewust geen aandacht heeft voor de omgeving. Wordt
er "help, help" geroepen, dan zal daar zeker op gereageerd worden. Het
is echter niet zo dat men, al pratend, voortdurend om zich heen kijkt
om te zien of er iemand ook "help" roept.
Voor het GTS geldt dat laatste echter veel minder. Bij veel Tourette
patiënten is de achtergrond namelijk tevens de voorgrond. Zij missen
als het ware een filter in hun brein om de aandacht voor bepaalde zaken
in hun omgeving te selecteren en alles wat er op dat moment niet toe
doet weg te drukken. Hun brein heeft voor alles aandacht en reageert
op alles. Aandachtsstoornis en impulsiviteit zijn het gevolg. De beweeglijkheid
die veel patiënten met GTS zo kenmerkt heeft dus o.a. te maken met het
feit dat zij aan allerlei gedachten in hun hoofd geen weerstand kunnen
bieden èn daar vervolgens lichamelijk in de vorm van tics mee aan de
haal te gaan (In dat opzicht doen Tourette patiënten denken aan de lijfspreuk
van kapitein Nemo, de kapitein van de duikboot uit Jules Verne's verhaal:
"20.000 mijlen onder zee": "beweeglijk in het beweeglijke".)
Wat is nu de samenhang tussen tics, aandachtsstoornissen en dwangverschijnselen?
Ik denk dat veel ervan te maken heeft met een stoornis in informatieverwerking
(De vraag rijst waarom hebben Tourette patiënten zo'n gebrekkig filter,
waarom kunnen zij hun aandacht niet selecteren? Dat heeft zeker te maken
met een aanlegstoornis in bepaalde delen van de hersenen, een stoornis
die vaak op een erfelijke basis en/of geboortetrauma berust. ). Nauwkeuriger
gezegd in het niet kunnen selecteren van informatie en er op een adequate
wijze mee omgaan. De Tourette patiënt moet daardoor overmatig veel informatie
verwerken en doet dat ook niet zelden op bizarre wijze.
Als men iets bijzonders hoort knippert men meestal met de ogen. Het
is zelfs zo, dat wanneer dat niet gebeurt, opgemerkt wordt: "hij hoorde
dat aan zonder zelfs met zijn ogen te knipperen". Kennelijk heeft het
knipperen met de ogen iets te maken met verwerken van informatie. Knipperen
met de ogen gebeurt dus niet alleen om het oog vochtig te houden. Drie
tot vier maal per minuut zou daartoe volstaan. Knipperen met de ogen
heeft ook te maken met informatieverwerking. Interessant is nu dat de
oogknip alle kenmerken van een motore tic heeft. De oogknip is een motore
tic die wij allen hebben. In dat opzicht is het bijna geen toeval dat
bij de meeste Tourette patiënten toename in het oogknipperen de eerste
manifestatie van het GTS is. En net zoals je iemand niet kunt opleggen:
"stop nu eens met het knipperen met je ogen", zo kun je ook tegen Tourette
patiënten niet zeggen: "hou nou eens op met die tics".
Als knipperen met de ogen iets te maken heeft met informatieverwerking,
kan men zich afvragen of tics daar ook niet iets mee te maken hebben.
Het zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat, omdat Tourette patiënten hun aandacht
niet kunnen selecteren en bijgevolg aan alle omringende of van binnen
uit opkomende stimuli bloot staan, alleen knipperen met de ogen onvoldoende
is om die informatie te verwerken. Zij moeten als het ware met hun hele
lichaam knipperen. De tic is dan niet zo maar een bewegingsstoornis,
maar de uiting van een omvangrijk informatieverwerkingsproces. Er is
een overvloed aan informatie die verwerkt moet worden. Zonder het uiten
van tics verloopt dit verwerkingsproces waarschijnlijk stroef of kan
wellicht stagneren. De onderdrukking van tics veroorzaakt dan als het
ware een stuwing in de hoeveelheid informatie, die tot innerlijke onrust
en spanning aanleiding geeft. De behoefte aan het genereren van tics
neemt af naarmate er minder informatie verwerkt hoeft te worden. Dit
laatste bereikt men door de omgeving te neutraliseren en te structureren
of door de hoeveelheid prikkels uit de omgeving te verminderen.
De informatieverwerkingstheorie heeft 2 belangrijke consequenties. Ten
eerste laat die zien dat de tic niet alleen maar een geisoleerde bewegingsstoornis
is. Ten tweede heeft de theorie implicaties voor de therapie. Behandeling
c.q. vermindering van tics houdt in de patiënt minder bloot te stellen
aan informatie. Dit kan op 3 manieren geschieden.
- Ten
eerste door beinvloeding van de omgeving. Al te vaak veroorzaken omgevingsfactoren
als verandering van school, problemen in de klas, verandering van
baan of verhuizen naar een andere omgeving een toename van de tics.
Waar mogelijk is het dan reeëler eerst deze factoren zo gunstig mogelijk
te beinvloeden. Door de omgeving minder prikkel-rijk te maken krijgt
de patiënt minder kans dat hij met zijn fantasieën op de loop gaat.
Voor kinderen met GTS is het dus niet zo goed om hun, tegen de tijd
dat ze jarig zijn, b.v. te zeggen: "nog 3 nachtjes slapen en dan krijg
je een prachtig cadeau, maar wij zeggen niet wat". Zo'n spanningsvol
moment over een periode van enkele dagen vol te houden lukt geen enkel
kind, laat staan een Tourette kind. Met andere woorden neutraliseer
de informatiestroom, structureer de situatie. Gebleken is dat het
structureren van een situatie een gunstige invloed heeft op de leerprestaties
van Tourette patiënten.
- Ten
tweede door beinvloeding van het gedrag. Gedragstherapeutische aanpak
van de tics is soms goed mogelijk. Bij deze benadering wordt gebruik
gemaakt van het feit dat de tic geen onwillekeurige, maar een ongewenste
en opgedrongen beweging is.
-
De derde manier is medicamenteus. Voor medicamenteuze behandeling,
zeker bij kinderen, dient men stricte indicaties in acht te nemen.
Tevens geldt: houdt de dosering zo laag mogelijk en controleer geregeld
of er nog een indicatie bestaat voor medicijngebruik. Indicaties voor
behandeling zijn: sociale isolatie (vaak als gevolg van luide vocale
tics), secundaire letsels en pijn door automutilatie of beschadiging
van zenuwwortels t.g.v. tics in de nek. Er zijn verschillende benaderingen:
1.
Neuroleptica als HaldolR, OrapR, DipiperonR: Deze medicijnen vergroten
de psychische afstand van iemand naar zijn omgeving. Hij komt minder in
de wereld te staan en meer tegenover de wereld. Er komt als het ware een
glasplaat tussen hem en zijn omgeving. Dit is tegelijkertijd ook de keerzijde
van deze middelen. Vaak bemerkt de patiënt namelijk dat er ook innerlijk
een afstand geschapen wordt naar hemzelf. Hij woont als het ware niet
meer bij zichzelf in, maar het is alsof hij zichzelf vanuit een helikopter
beziet. Neuroleptica grijpen dus diep in de persoonlijkheid in. Veel Tourette
patiënten laten daarom op een gegeven moment deze medicijnen voor wat
ze zijn. Behalve vervreemding van zichzelf veroorzaken neuroleptica vaak
gewichts-toename, apathie en slaperigheid. Een opkomend alternatief is
OlanzapineR. Dit middel veroorzaakt vermoedelijk minder vervreemding.
- 2.Psychostimulantia
als DixaritR en RitalinR. Deze medicijnen hebben vooral invloed op
de aandachtsstoornis. Bijwerkingen van clonidine zijnlage bloeddruk,
slaperigheid, moeheid, prikkelbaarheid en soms paradoxaal gedrag,
dus toename van het GTS. Ook RitalinR kan paradoxaal gedrag veroorzaken.
- 3.BotoxR.
Deze stof remt de overdracht tussen zenuw en spier. Vermoedelijk heeft
de stof ook invloed op de informatie die vanuit de spier richting
centraal zenuwstelsel gaat. Als gevolg daarvan wordt de tic niet alleen
direct onderdrukt, maar patiënten ervaren ook een verminderde behoefte
om de tic in het betreffende gebied op te roepen. Het komt evenwel
voor dat het verdwijnen van de ene tic ergens anders een nieuwe tic
oproept. BotoxR komt vooral in aanmerking voor geisoleerde tics die
vooral sociaal hinderlijk zijn of veel pijn veroorzaken. Het middel
kan ook gebruikt worden voor behandeling van vocale tics. De behandeling
van het GTS is moeilijk, want het is, zoals het bovenstaande betoogt,
niet een aandoening die men heeft, maar meer die men is. De juiste
behandeling is wellicht gericht op het verbeteren van de informatieverwerking
in de hersenen, zodanig dat men zich weer kan concentreren op dat
wat zich op de voorgrond of voor in het hoofd afspeelt en men niet
langer afgeleid wordt door gedachten of zaken op de achtergrond, behalve
dan wanneer de nood aan de man komt, b.v. in het geval dat iemand
naar je roept "help, help, de dokter verzuipt".
Laatste Update: 25
januari 2001
webmaster: DLJ Tavy, neuroloog, mail
to DLJ Tavy
© DLJ Tavy, afdeling Neurologie/KNF Ziekenhuis
Leyenburg, Leyweg 275, 2545 CH Den Haag
|
|